Waarom deze checklist?

Dat de tijd in de opvang ‘vrije tijd’ is, is een van de pedagogische pijlers van de buitenschoolse kinderopvang.

Vrije tijd betekent eigenlijk dat je zelf over de tijd kan beschikken: je hoeft geen verantwoording af te leggen, geen uitleg te geven over de manier waarop je die tijd doorbrengt.

In de buitenschoolse kinderopvang heeft die vrije tijd geen vanzelfsprekend statuut. Wie in zijn vrije tijd naar de jeugdbeweging, de muziekschool of de sportclub gaat, engageert zich ook, als lid van de club, om deel te nemen aan de activiteiten. Van wie naar de opvang gaat, kan dat engagement niet zomaar worden verwacht. Kinderen hebben niet altijd gekozen om naar de opvang te komen. De opvangtijd kan ook ‘verplichte vrije tijd’ zijn. Dat betekent dat het goed is om na te denken over hoe de tijd in de opvang wordt ingericht. Hoe maken we die tijd echt tot vrije tijd voor de kinderen?

Meer aandacht hebben voor die vraag, en voor de manier waarop kinderen zelf hun vrije tijd beleven, is ook een manier om kinderparticipatie een plaats te geven in de opvang. Je kan kinderen inspraak geven over het verloop van de opvangtijd. Maar kinderen laten participeren in de opvang betekent ook: hen ondersteunen om in de opvangtijd voldoende structuur te vinden, én hen die opvangtijd ook in belangrijke mate zelf te laten invullen. De checklist is daarbij een hulpmiddel.

Welk statuut heeft deze checklist?

Als opvangtijd vrije tijd is, hoe kan hij dan op een kwaliteitsvolle manier vorm krijgen, ook vanuit het perspectief van kinderen zelf? De checklist voor een kindvriendelijke tijdsordening in de buitenschoolse opvang is een werkinstrument. Hij is geen nieuwe, opgelegde ‘norm’ maar is bedoeld als een verrijking, een manier om de eigen werking van naderbij te bekijken en mogelijk te verbeteren.

Hoe organiseren we op de opvang zelf de tijd? Wat betekent dat voor de mogelijkheden en de beperkingen die de kinderen ervaren? En hoe kunnen we die organisatie kindvriendelijker maken? De checklist wil houvast en inspiratie bieden bij die vragen. Het is een hele lijst, maar er kan ook prima gewerkt worden rond één of twee thema’s die bijvoorbeeld extra relevant zijn in de eigen opvang.

De checklist is opgesteld vanuit tijdsbelevingsonderzoek bij kinderen en vanuit wat kinderen, als gebruikers van de opvang, ervaren als belangrijke kwaliteiten van de (opvang)tijd. Dat maakt hem ‘kindvriendelijk’. Wel is de lijst afgetoetst bij sectorverantwoordelijken uit de buitenschoolse opvang en aan hun opmerkingen aangepast.

Het spreekt voor zich dat een dergelijke checklist nooit absoluut kan zijn. Een opvang heeft zijn eigen pedagogisch beleid en zijn eigen mogelijkheden. Maar werken aan de manier waarop de opvangtijd is georganiseerd, kan ook een manier zijn om de eigen identiteit en het eigen pedagogisch beleid mee vorm te geven.

Waarop is deze checklist gebaseerd?

Deze checklist is gebaseerd op een tijdsbelevingsonderzoek bij kinderen dat in de periode 2007-2012 werd uitgevoerd door Onderzoekscentrum Kind & Samenleving. Dat ging na hoe kinderen omgaan met de manier waarop de tijd is geordend in een aantal van hun dagelijkse leefomgevingen. Welke kansen biedt die tijdsordening voor kinderen, en hoe beperkt ze hun manoevreerruimte?

Zo werd onderzoek gedaan in

Over al deze contexten heen toonde dit tijdsbelevingsonderzoek een aantal ‘kwaliteiten van tijd’ voor kinderen. Het is vanuit die kwaliteiten dat de checklist voor kindvriendelijke tijdsordening is opgesteld. Hij vertrekt dus uitdrukkelijk vanuit wat kinderen zelf belangrijk vinden. Dat maakt hem ‘kindvriendelijk’. De specifieke vragen die de checklist stelt voor de buitenschoolse opvang, komen voort uit onderzoek in een IBO, en uit het overleg met een groep sectorverantwoordelijken over deze checklist.

Over de kwaliteiten van tijd voor kinderen

De checklist voor kindvriendelijke tijdsordening in de buitenschoolse opvang is gebaseerd op twee basiskwaliteiten die de tijd voor kinderen heeft, en die voor allerlei omgevingen gelden – in de opvang net zo goed als in het gezin.

Basiskwaliteit 1: De tijd biedt kinderen structuur

Kinderen kunnen zich pas thuis voelen in een omgeving als zij er voldoende structuur in vinden. Dat geeft kinderen veiligheid, want ze weten wat te verwachten. Over een hoop dingen hoef je je dan al geen zorgen meer te maken. En die rust en die duidelijkheid geven kinderen de geborgenheid die nodig is om zich thuis te voelen.

Daarom is het van belang om in de opvang voldoende houvast en herkenbaarheid te creëren. De dag heeft een vaste structuur, er is altijd een koek-en-drank-moment, op het einde van de ochtendopvang wordt er samen opgeruimd… Heel wat houvast zit dus al in de structuur ingebakken. Kinderen zoeken die houvast ook zelf: als ze aankomen in de opvang gaan ze bijvoorbeeld meteen op zoek naar de vrienden waar ze gewoonlijk mee spelen. Kinderen helpen elkaar daarin ook: oudere zus brengt haar broertje naar zijn vaste plekje of speelkameraadje.

Elke dag op dezelfde manier structureren heeft evenwel zijn beperkingen. Als lerende en spelende mensen hebben kinderen een grote behoefte aan voldoende variatie. Die nieuwe impulsen vinden ze makkelijk als ze de tijd zelf kunnen invullen en daarin ondersteund worden (zie basiskwaliteit 2). Maar variatie kan ook in de structuur van de tijd zelf ingebouwd worden. Zonder een variërend aanbod en een afwisseling van ritmes wordt de opvangtijd eentonig.

Ook het ervaren van een zekere samenhang, een verhaal in het dagverloop, geeft kinderen de nodige structuur. Anders lijken ze zomaar van de ene situatie in de andere te belanden. Nog even kunnen zwaaien naar mama die hen net in de opvang heeft afgezet, maakt de overgang van ‘thuis’ naar ‘de opvang’ minder bruusk. Als kinderen een paar dagen na elkaar hetzelfde spel spelen, creëert dat ook samenhang, maar dan van dag tot dag: het is geruststellend om te weten dat morgen weer hetzelfde spel gespeeld kan worden.

Basiskwaliteit 2: Kinderen kunnen de tijd (mee) invullen

Zich kunnen verbinden met de tijd is een basisvoorwaarde om die tijd zinvol te kunnen invullen. Als je je te pletter verveelt in de opvang omdat je vindt dat er niets te doen is voor kinderen van je leeftijd, dan is dat een probleem. Je schakelt je nauwelijks in in het leven van de opvang. Je blijft letterlijk en figuurlijk aan de rand. De tijd krijgt enkel betekenis als je er een band mee hebt. Alleen dan kan je ervan genieten om de tijd zelf in te vullen.

En dat kan ten volle wanneer kinderen die tijd zelf kunnen bestemmen. Vrije tijd is daar ideaal voor: wanneer kinderen kunnen doen wat ze willen, en daarbij ondersteund worden, bijvoorbeeld door materiaal of een divers en vrijblijvend aanbod, kunnen ze zelf beslissen hoe ze hun tijd zullen doorbrengen. Dat zal zich uiten in heel diverse vormen van spel en andere activiteiten, omdat kinderen nu eenmaal heel diverse voorkeuren hebben.

Ook al is het in hun vrije tijd, kinderen kunnen niet altijd helemaal doen wat ze willen. Maar als de tijd niet volop zelf bestembaar is, is hij misschien wel nog manipuleerbaar. Door tactieken die inspelen op de zwaktes van de tijdsorde, kunnen kinderen toch nog stukjes eigen tijd creëren. Ze willen even rusten en niet meer meedoen met de ‘te volgen’ activiteit en verdwijnen stilletjes uit het zicht. Dat ook toelaten geeft kinderen weer de kans om de tijd betekenisvol te vinden.

Die betekenisgeving is van wezenlijk belang. Dat kan als de tijd verbeeldbaar is: hij heeft niet zomaar één functie, één vooraf vastgelegde bestemming. Er kan integendeel van alles gebeuren. Dat is een grote waarde van fantasiespel en veel ander, door kinderen zelf georganiseerd spel, waarin elke gebeurtenis weer een nieuwe wending kan betekenen. Een tijd die nog open ligt, kan de kleur aannemen die kinderen op dat moment zelf wensen: tijd waarin ze even alleen willen zijn, of tijd waarin ze net in de groep willen opgaan, samen met de andere kinderen. Tijd waarin ze een moment van rust opzoeken, of tijd waarin ze net heel intens willen bezig zijn.